Collectief Opdrachtgeverschap
18-07-2011 • 1270 keer gelezen
Toen mensen zich realiseerde dat het wonen in groepsverband een grotere veiligheid en handel bood ontstonden dorpen en steden. Deze aantrekkingskracht, later versterkt door de industriele revolutie, zorgde voor een ernorme groei van steden. Maar het overgrote deel van de bevolking woonde daar in erbarmelijke omstandigheden. Hier lag de oorsprong van de woningbouwverenigingen. Kleine verenigingen werden opgericht door weldoeners of werkgevers om arbeiders te voorzien van acceptabele woningen (met mooie namen als Vereeniging ten behoeve der Arbeidersklasse). Met de introductie van de Woningwet in 1901 werd dit acceptabele niveau zelfs wettelijke norm en werd vooral na de crisis in de jaren 30 de woningbouwvereniging door het rijk ingezet als belangrijkste instrument in de volkhuisvesting. De snelle bevolkingsgroei en de woningnood na de tweede wereldoorlog versterkte dit nog eens. Maar het gaf ook ruimte aan projectontwikkelaars om grote winsten te genereren met het op steeds grotere schaal bouwen van woningen, met als hoogtepunt de VINEX wijken vanaf de jaren 90 van de vorige eeuw. Echter, de VINEX wijken gaven ook voor het eerst ruimte voor 'zelfbouw' middels de 'vrij kavels', een activiteit die tot dan toe voornamelijk voor de beter gesitueerden was weggelegd en in niet-stedelijke gebieden. Het particuliere (individuele) opdrachtgeverschap was hiermee in opkomst.
Door het steeds meer terugtrekken van de overheid in de sociale woningbouw vervaagden vanaf de eeuwwisseling de verschillen tussen projectontwikkelaars en de (middels fusies) steeds groter wordende woningbouwverenigingen, waardoor de huidige crisis in het vastgoed vrijwel de gehele woningbouwproductie heeft lam gelegd. Dit heeft de opkomst van het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) versterkt. Hierbij verenigen een groep particulieren zich. Denk hierbij aan de opkomende groep nieuwe senioren of juist starters die niet zoveel kansen hebben op de huidige woningmarkt. Zij verwerven gezamelijk een bouwlocatie, kiezen zelf hun bouwpartners en ontwikkelen en realiseren een woningbouwproject zonder winstoogmerk. Het grote voordeel hierbij is dat men meer zeggenschap heeft over de eigen woonbehoeften en kunnen woningen (door het weglaten van de winstmarges en het profiteren van schaalvoordelen) onder de marktprijs worden gerealiseerd. Daarnaast zien steeds meer gemeenten de interessante mogelijkheden van CPO. Het vergroot de leefbaarheid en differentiatie van wijken en het sluit aan bij de behoefte van de burger om meer zeggenschap en keuzevrijheid. Hierdoor doen CPO's steeds vaker serieus mee bij het verwerven van bouwgrond of gebouwen ten behoeve van hergebruik.
Bij CPO wordt door de toekomstige bewoners een stichting of vereniging opgericht. Aangezien de opdrachtgevers geen professionals zijn is goed advies (locatiekeuze, financien, subsidies, proces, bouwkundig, duurzaamheid, aanbesteding etc.) hierbij wel erg belangrijk. En uiteraard een goede communicatie, maar dit wordt in het huidige digitale tijdperk gelukkig steeds eenvoudiger. Makkelijk is CPO zeker niet, maar het biedt wel unieke kansen voor bewoners. Je eigen woning bouwen, daar droomt toch iedereen van? Maar er zijn ook kansen voor collectieve bedrijfshuisvesting of zelfs een combinatie van bedrijfshuisvesting en wonen, nu de ooit zo scherpe grenzen tussen wonen, werken en recreeren steeds meer vervagen. Architectuur krijgt een nieuwe dimensie, nu de generieke oplossingen 'voor de markt' steeds meer plaats gaat maken voor specifieke interessante oplossingen. Een uitdaging voor architecten.
Wordt het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap de woningbouwvereniging van de 21e eeuw?